Verlaten voorwerp

Terwijl Ina ‘n hoek van ‘n straat omslaat neemt ze zich voor hedenavond toch liever naar de kino te gaan dan naar de communistische meeting. ‘t Is toch eigenlijk prettiger. En het ruikt er allicht niet naar vieze tabakslucht. En gewoonlijk spuwt de toeschouwer nevens u niet op de grond.

‘n Bejaard heer in smoking met ‘n roze papieren hoedje op het hoofd, het witte overhemd vol rode wijnvlekken en de overjas besproeid met confetti zwijmelt naar huis. Met z’n ebbenhouten wandelstok verslaat hij onzichtbare vijanden. Miljoenen atomen sterven. ‘n Lichtekooi met geplombeerde tanden gaat voorbij.

Ina stapt haastig verder. Boven haar hoofd ruisen de bomen. In de verte, vlak bij ‘n boom, tekent zich iets onduidelijk af. Het is ‘n oude vrouw. Reeds kreeg ze de nekslag van de tijd die haar ruggengraat brak. Ze zit op ‘n bank. Als ‘n voorwerp. Is het ‘n oude vrouw of slechts ‘n verlaten voorwerp vergeten door ‘n achteloos voorbijganger?

Het is iets van beide. Het is ‘n versleten vrouw die niet sterven kan. De oude vrouw is dronken. Misschien is ze ziek. Echter: waarschijnlijk dronken. Oude mensen zijn meermalen dronken. In de greep naar het glas ligt de greep naar de oude droom: het eerste kind, de laatste kus.

De oude vrouw slaapt. Het oude voorwerp rust. Tussen haar dode ogen ligt ‘n leven van vermoeienis. Het schrale haar kleeft ordeloos aan haar schedel die blinkt en rood en geel bepuist is. Achteraan, rechts, hangt ‘n nauw geheelde kwal. Vliegen brommen om het was-gele doodshoofd en de tranende ogen. Haar handen liggen op haar bolle onderlijf. En haar ingevallen borsten zakken op en neer. Als deze van haar dertigjarige dochter “die het leven doet”.

‘n Platte, vuil-bruine luis ontsnapt vanonder het stinkende kleed, kruipt langzaam over het wassen hoofd. Als men ze doodkneep ware het ‘n kleine, bloed-rode vlek. In die stille straat op die éne bank is de slapende oude dronken vrouw belangloos als ‘n gelezen dagblad.

‘n Jonge man gaat voorbij, ‘n dactylo fietst voorbij, denkt aan “vrouwenadel”, en kleurt. Lacht hard, fietst snel, om deze vrouw, om deze oude vrouw die uw moeder is, om deze oude vrouw die dronk omdat ze zich zo gelukkig voelde om deze wereld.

Ina komt voorbij. Ziet: de bank, de oude vrouw, de luis, de lachende man en het snel fietsende meisje. Zonder walging heeft ze de dikke luis tussen haar vingers platgeknepen, zonder walging ‘n versleten zakdoek over de zwetende vrouwenschedel gespreid. De dactylo kleurt. De jonge man kleurt. Ina schrijdt voort in de richting der Exportstraat, voldaan, ‘n ogenblik gelukkig.

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: