Kruitfabriek

De meisjes drentelen haastig heen en weer. Dikke burgervrouwen laten de fijne stoffen tussen hun dikke vingers glijden. Geroezemoes van stemmen. Zijden kousen: prima. Prima. ’n Oude heer bekijkt aandachtig ’n dameshemdje met oude-heer begeerten. ’n Dikke dame koopt. ’n Magere dame dringt zich vooruit en koopt niet.

De vijftien liften zuigen de mensen naar boven. De vijftien liften brengen de bezoekers naar beneden. De piccolo’s worden onbeleefd. Jonge meisjes laten zich fotograferen, acht foto’s van drie frank. Hedenavond zullen vele jonge mannen ’n reklaamfoto aan hun hart drukken.

Ze voelt zich zo zwak, zo heel en al vergroeid met haar midden en gewoonten. Het is bijna ’n lichamelijke zwakheid…

’n Lichtekooi koopt ’n buitenissig dure nachtjapon om de smeulende driften van haar vriend aan te wakkeren. De burgervrouw, neusnijper op de spitse neus en grijzend haar aan de slapen koopt ’n kokosnoot. De gekende vriendin van ’n gekend bankier koopt ’n paar okkazie-kousen.

Ina bemerkt plots dat ze ’n klein wratje op de linkervleugel van de neus heeft. Ze voelt zich nerveus en moet steeds naar de kleine wrat kijken. Het is ’n kleine bruine vlek op het bleke gelaat. Ze denkt aan de oude vrouw. De bankiersvriendin wordt zich bewust van de opmerkzaamheid van Ina op deze luttele fysische afwijking. Ze wrijft zich zenuwachtig met de kleine, goed verzorgde wijsvinger over het overbodig vlees-deeltje. Ina voelt zich merkelijk verlicht.

Er komen klanten, andere klanten. Steeds klanten. Twee meter crêpe-de-chine, twee el zijden lint. Zo is elke dag. Elke dag gelijkt de vorige. Is het ontzettend of is het misschien goed zo? (Het is goed zo, Ina, het is goed zo).

WIJ VERWORPENEN DER AARDE… Is deze dag gelijk al de andere? Of is hij anders misschien. Is er niets in de lucht, in de blik van de voorbijganger, de stap van de dravende paardjes, dat anders is dan gisteren en anders dan morgen?

MAKKERS… Vroeger ontroerde deze dag haar. Het deed haar denken aan de tijd dat ze bij haar ouders woonde in het verre dorp. En op ’n lentedag de eerste knop aan de bloem zag. Het openbaarde zich bij haar als het mysterie van de vruchtbaarheid.

DE INTERNATIONALE… Het is reeds lang voorbij. Het lijkt ’n sentimentele bladzijde uit ’n volksroman: “De Kerselaar Bloeit”. God, die heerlijke tijd wanneer men zich ontroeren kon om ’n groen blaadje, om ’n steen in het rimpelende water, om de blinkende spade die snijdt in de zwarte poldergrond.

KAMERADEN… Destijds deed het lied haar sidderen. Haar wangen gloeiden terwijl er iets in haar keel toewrong. Het deed pijn, toch was het heerlijk. Ze voelde in zich de stem van vele geslachten proletariërs. Haar voorouders, grootouders, ouders. Zij herinnerde zich de tijd dat haar grootvader het lied gedempt zong in de huiskamer terwijl moeder hem angstig bad te zwijgen.

KAMERADEN… Op zekere dag bracht men haar vader naar huis. Op ’n draagbaar. Dood. ’t Ontroerde haar niet wezenlijk. ’t Deed haar alleen denken aan ’n sociale roman die ze eens las (bladzijde 52: … bewusteloos stortte Dorothea neder, hare tanden klapperden, haar ogen rolden, en haar vingers kraakten…). En ’n ogenblik voelde ze zich heldhaftig toen ze zich vergeleek met de hoofdpersoon uit dit meesterwerk, die bij dezelfde gelegenheid in bezwijming viel.

’t Was een banaal geval: Kruitfabriek. Ontploffing door nalatigheid. Tweehonderdéénenzestig doden.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: